Flyball

De oorsprong van Flyball
Flyball is uitgevonden door de Californiër Herbert Wagner.
Ergens in de beginjaren 70 bedacht deze man dat het leuk zou zijn om voor zijn hond een apparaat te maken waarbij de hond maximale beweging kreeg en hij zichzelf niet zo hoefde in te spannen.
Later zijn de hindernissen toegevoegd en werd de bal zodanig gelanceerd dat de hond de bal voor het apparaat kon vangen. Het heeft nog vele jaren geduurd voordat flyball op georganiseerde wijze beoefend werd.
Flyball werd steeds meer beoefend op verenigingen, maar ook door een paar liefhebbers die samen een team tot stand brachten. Door elkaar uit te dagen ontstond er een soort onderlinge competitie.

Kabora v.d. Fijola Hoeve met haar bal.

Wat is Flyball
Flyball is een teamsport voor honden en hun baasjes. Een team bestaat uit 6 honden, waarvan er altijd maar 4 aan de start staan. De andere 2 honden worden ook ingezet, dit zijn de wisselhonden. Het is ook zo dat er van elk ras niet meer dan 2 in 1 team mogen deelnemen. Iedere hond moet zelfstandig een parcours afleggen. Het parcours bestaat uit 4 lage smalle hindernissen met aan het eind het apparaat waarnaar de sport genoemd is, het flyballapparaat.

De Baan.
De opbouw van de baan, is het moeilijkste en het belangrijkste deel van de flyball. Allereerst moet de bak Altijd zeer Stabiel staan. Dat is dan ook de reden waarom de bak als 1e wordt neergezet. Om de bak heen zetten we hekwerken neer, dit om te voorkomen dat de bal te ver uit koers kan raken waar vervolgens de hond achteraan gaat.
Als de bak staat volgen de 4 hindernissen.
Vanaf de voorkant van de bak meten we 4,55 meter af. Op dat punt komt de 4e hindernis te staan. Vanaf hindernis 4 meten we vervolgens 3 meter af en daar komt dan de 3e hindernis te staan. Zo meten we steeds 3 meter af totdat alle hindernissen staan. Vanaf de 1e hindernis meten we dan nog 1,80 meter af. Op dat komt punt komen aan weerskanten 2 paaltjes te staan. Dat is dan de start/finishlijn. Als laatste komen er aan weerskanten van de 4e hindernis ook hekwerken te staan, dit is voor honden die eventueel te wijd bij de bak vandaan gaan. Door de hekken te plaatsen voorkom je dat ze de 4e hindernis missen. De hekken worden als tentjes geplaatst.

De Wedstijdring
Dit houdt in dat er 2 banen naast elkaar worden opgebouwd. Ook hier zitten bepaalde maten aan verbonden.
Het hele veld waarop de 2 banen staan is 20 meter breed en 40 meter lang. De ruimte tussen baan 1 en 2 is min. 3 meter en max. 6 meter breed. Verder worden de 2 banen zoals dat hoort opgebouwd. Er is ook de zogeheten uitloopruimte die min 12 meter moet zijn, gemeten vanaf de start/finish lijn. Deze is bestemd voor de inkomende hond, omdat deze de ruimte moet hebben om uit te kunnen rennen. Als laatste hebben we na de uitloopruimte nog een wachtruimte voor de wis.selhonden. Deze moet een ondoorzichtige afscherming hebben. Dit is zodat de inkomende en de wachtende honden elkaar niet kunnen zien.

Hoe begin je met Flyball
Voordat uw hond zo ver is dat hij/zij zelfstandig de flyball-baan kan nemen, moet er eerst (flink) getraind worden. Hierbij staat uiteraard het plezier van baas en hond centraal. De hond moet leren om het pendaal in één keer goed in te drukken, de bal te vangen en zo snel mogelijk te keren via de hoogtesprongen. Dit aanleren geneurt in eerste instantie aan de riem en gaat bij de ene hond wat sneller dan bij de andere, maar eens valt het kwartje.

Flyball is een leuke sport waarbij de honden enorm veel plezier in hebben. Ga niet te vroeg starten met het trainen, want jonge honden zijn hier nog niet aan toe. Pas wanneer de gewrichten sterk genoeg zijn om het springen aan te kunnen is het zinvol om te beginnen met deze sport.